Investeren in een windturbine? Dit zijn de regels in Vlaanderen

Overweegt u om een windmolen op uw bedrijfsterrein in Vlaanderen te plaatsen? Welke kosten en opbrengsten kunt u dan verwachten? Zijn er nog andere aandachtspunten waarmee u rekening dient te houden?

Geschreven door Robin Bruninx

Investeren in een windturbine?

U moet altijd de grootste kiezen

Windturbines zijn typisch beschikbaar in twee formaten:

  • Een middelgrote windmolen is max. 120 meter hoog (en meestal zelfs een heel stuk kleiner). Het heeft een vermogen van minder dan 1,5 megawatt.
  • Een grote windturbine kan een totale hoogte tot bijna 300 meter hebben. De rotordiameter kan voor de grootste types oplopen tot 175 meter. Het vermogen ligt tussen 1,5 en 7,5 megawatt.

Let  op! Er kan nooit gekozen worden voor een middelgrote windmolens als een grote ook tot de mogelijkheden behoort. De wetgeving laat dit niet toe: er geldt een verplichting om steeds een zo groot mogelijke hoeveelheid energie uit de omgeving te halen. Men spreekt binnen deze context van de ‘energetische optimalisatie’ (omzendbief OMV/2024/01, punt 3.1.2.1).

Concreet? U dient in Vlaanderen dus steeds de grootst mogelijke windturbine te kiezen. Elk project wordt steeds geoptimaliseerd op basis van de hoeveelheid energie die uit de wind kan gehaald worden in een bepaalde zone, en dus niet op basis van het lokale verbruik op uw bedrijfssite. Eventuele stroomoverschotten worden geïnjecteerd in het elektriciteitsnet.

Hoeveel betaalt u hiervoor?

De investeringskosten voor een grote windmolen kunnen verdeeld worden over twee fases: 

  • Voor de ontwikkelingsfase (t.e.m. het bekomen van een vergunning) moet u rekenen op een bedrag tussen € 150.000 en € 200.000.
  • Voor de realisatiefase (t.e.m. de effectieve indienstneming van de turbine) dient u een bedrag tussen €  5  miljoen en €  10  miljoen te budgetteren. Dat bedrag is sterk afhankelijk van het type windmolen en het totale vermogen.

Vuistregel. De investerings - kosten bedragen doorgaans €  1.900 tot €  2.200 per kilowatt voor een turbine van 1.500 tot 2.500  megawatt. Ligt het vermogen tussen 6.000 en 7.500 megawatt, dan zakken de kosten tot € 1.400 à € 1.600 per kilowatt.

Tip. Een grotere windmolen is niet alleen goedkoper per megawatt, maar heeft ook een hogere elektriciteitsproductie en is dus rendabeler.

Alternatieve financiering. Voor kmo’s en grotere bedrijven die niet het volledige kapitaal willen of kunnen inbrengen, bestaan er alternatieve investeringsmogelijkheden. Ze kunnen bv. zelf investeren t.e.m. de vergunning, en vervolgens de vergunning in de markt zetten om een externe investeerder het project te laten realiseren. Ze kunnen ook hun bedrijfssite ter beschikking stellen aan een externe investeerder: die maakt dan alle kosten, en in ruil daarvoor krijgt het bedrijf een jaarlijkse vergoeding vanaf de indienstneming van de windturbine.

Welke opbrengsten mag u verwachten?

De typische rendementen (vóór financiering en belastingen) voor grote windturbines bedragen:

  • 7%  à 8% bij projecten zonder eigen afname voor eigen gebruik (dus 100% injectie, zoals naast de autosnelweg);
  • 14%  à 15% bij projecten mét eigen afname (zoals op industrieterreinen).

Grote verschillen. De elektriciteitsopbrengsten zijn zeer sterk afhankelijk van het type windmolen. Ze kunnen variëren tussen 5.000 en 15.000 megawattuur per jaar. De uiteindelijke terugverdientijd is sterk afhankelijk van de grootte van de turbine, de financiering, de mate van eigen verbruik, de elektriciteitsprijzen én de locatie. In de provincie Limburg waait het immers minder hard dan in Oost- en West-Vlaanderen.

  1. Voorbeeld: Een turbine met een lager vermogen en een rendement van 7% à 8% heeft in Limburg een terugverdientijd van 12 tot 15  jaar wanneer de opgewekte stroom 100% wordt geïnjecteerd in het net. Dat rendement stijgt gevoelig wanneer de onderneming deze stroom zelf afneemt voor eigen gebruik. Afhankelijk van het energiecontract en de afname kan de terugverdientijd dan terugvallen tot 8 à 12 jaar.
  2. Voorbeeld. Voor een grote windmolen in Oost of West-Vlaanderen, waarvan de opgewekte stroom grotendeels wordt afgenomen door het bedrijf zelf, kan het rendement oplopen tot 14% à 15%. Dat vertaalt zich in een terugverdientijd van slechts 6 tot 8 jaar.

Geen verrassingen gedurende 25 jaar

U moet een investering in een windturbine bovendien beschouwen als een vast contract dat u afsluit voor een periode van 25 jaar. Daarbij weet u vanaf de eerste dag precies hoeveel u voor de elektriciteit zal betalen gedurende die gehele periode. U hoeft dus niet te vrezen voor prijsstijgingen.

LCOE. Hoeveel u precies zal betalen, wordt uitgedrukt via de zgn. levelized cost of energy (LCOE). Die wordt berekend door de totale kosten van het project (investeringskosten, operationele kosten, onderhoudskosten,  enz.) te delen door de totale hoeveelheid elektriciteit die gedurende de levensduur geproduceerd wordt. De LCOE van een grote windmolen bedraagt vandaag €  40 tot €  80 per megawattuur, afhankelijk van de grootte en de locatie.

Let  op! FEBEG, de federatie van de Belgische elektriciteits- en gasbedrijven (https:// www.febeg.be/nl/nieuws/wind-heeft-nood-aaninvesteringszekerheid) waarschuwde in  2024 echter voor een stijging van de LCOE met 31% ten opzichte de periode 2016-2020. Dit is het gevolg van o.a. de toegenomen turbineprijzen (met 30% tot 40%) en de hoogtebeperkingen in Vlaanderen.

Er zijn wel enkele obstakels

Vergunning. Het grootste obstakel in het hele traject is de vergunningsaanvraag. Gezien de grote hoeveelheid adviesinstanties die hun visie geven over het dossier tijdens de procedure, is het van belang die aanvraag zo goed mogelijk te onderbouwen en de verschillende stakeholders zo vroeg mogelijk te betrekken in het traject.

Draagvlak. Steeds vaker ontstaan er allerhande actiecomités bij vergunningsaanvragen. Die baseren zich niet zelden op desinformatie en zijn principieel tegen windenergie. Heel wat bezwaarindieners blijken zelfs niet in de buurt van het bewuste project te wonen. Dit alles resulteert dikwijls in een uitputtende procedureslag.

Afstandsregels. Vlaams minister van Omgeving Jo  Brouns wil bovendien nieuwe afstandsregels invoeren die het plaatsen van grote windmolens veel lastiger maakt. Windturbines van meer dan 200  meter hoog zullen in de toekomst mogelijk op minstens drie keer hun tiphoogte moeten staan van het dichtstbijzijnde huis. Een molen van bv. 220  meter zou zich dus op minstens 660  meter moeten bevinden van de meest nabijgelegen woning. Hoewel er hieromtrent nog geen officiële ministeriële omzendbrief is gepubliceerd, is dit afstandscriterium zeer beperkend.

Andere regels. Vandaag zijn er in Vlaanderen ook al andere zeer strenge regels (strenger dan in andere regio’s) inzake lawaaihinder en slagschaduw. Een overzicht daarvan vindt u op https:// www.vlaanderen.be/bouwen-wonen-en-energie/ groene-energie/windenergie.

U bent in Vlaanderen wettelijk verplicht om steeds de grootst mogelijke windturbine te installeren. De terugverdientijd varieert tussen 6 en 15 jaar, afhankelijk van de grootte, de financiering, de mate van eigen verbruik, de elektriciteitsprijzen en de locatie. Gedurende 25 jaar kunt u ook rekenen op een vaste elektriciteitsprijs.

Robin Bruninx

Robin Bruninx

Oprichter en Chairman of the Board van Encon